De berichten over de ernstige ziekte en de dood van Jan, sloegen in als een bom. De ontsteltenis en de verbijstering zijn groot. Jan was een van de vaders van het Overlegorgaan van Joden, Christenen en Moslims en van de daarmee verbonden stichting Geloven in Samenleven. We voelen ons verweesd, zonder zijn vriendelijke aanwezigheid, zijn wijze adviezen, zijn diplomatieke vaardigheden en bovenal de vriendschap die hij ons zo ruimhartig schonk. Hij was een bescheiden man, die eigenlijk niet op de voorgrond wilde staan. Het ging nooit om hem, om zijn naam of zijn reputatie. Het ging hem altijd om de inhoud, de dialoog, het bouwen van bruggen en de samenwerking tussen verschillende mensen op basis van gelijkwaardigheid.

Vorig jaar ontving hij de Vredesprijs van het Nationale Iftar comité. Toen ontkwam hij niet aan enige publiciteit. Twee pogingen om ter gelegenheid van zijn pensionering een afscheidssymposium te organiseren liepen stuk op de corona maatregelen. Hij werkte overigens alleen maar mee aan de plannen voor een symposium, omdat dit volgens hem een kans bood om zijn geloof in de kracht van ontmoeting en samenwerking uit te dragen. De titel van dit symposium was niet bedacht door Jan, maar typeerde wel zijn gedrevenheid: ‘Het goede bij elkaar versterken’.

Wij hebben Jan meegemaakt na zijn negen jaren in Midden-Java, Indonesië. Hij heeft daar ondervonden wat het betekent om te behoren tot een kleine minderheid. Hij was toen uitgezonden door de Protestantse Kerk in Nederland. Vroeger zou hij zendeling genoemd zijn, maar dat roept de associatie op van mensen bekeren tot het christendom. Niets is minder waar. Hij vertelde dat Trijnie en hij zijn gaan wonen in een gewone wijk te midden van moslims, niet in een wijk van witte westerlingen. De ontvangen gastvrijheid en de samenwerking voor gerechtigheid en vrede hebben zijn principiële keuze voor ontmoeting en samenwerking alleen maar versterkt.

Die ervaring nam hij ook mee naar Nederland, zeker toen hij de kans kreeg om bij Kerk in Actie aan de slag te gaan als projectleider ‘Ontmoeting met moslims’. Vanuit die unieke positie bouwde hij een ongekend netwerk op, veelal in nauwe samenwerking met de Raad van Kerken. Hij was één van de initiatiefnemers van het Cairo overleg, het latere Overlegorgaan Joden, Christenen en Moslims. Vanuit het OJCM probeerde hij ook de lokale samenwerking tussen moslims, christenen en joden te bevorderen. Hij richtte een netwerk van regionale contactpersonen op, hij ontwikkelde de trainingen Bruggenbouwen en hij organiseerde gesprekken over artikel 1 van de grondwet in AZC’s.

Zijn kracht was het vertrouwen dat hij gaf en dat hij ook kreeg. Hij bouwde al werkende ook vriendschappen voor het leven, ook over de scheidslijnen tussen de religies heen. Hij was in geestelijk opzicht grensoverschrijdend. Hij was ook een man van de ontmoeting. Hij reisde stad en land af om mensen persoonlijk te ontmoeten. Projectplannen, beleidsdocumenten, begrotingen en tijdschrijven kregen minder aandacht. Dat liet hij graag over aan anderen. Daar lag zijn kracht niet zo zeer.

In de laatste jaren van zijn leven als medewerker van Kerk in Actie heeft hij met succes geprobeerd de samenwerking tussen moslims, christenen en joden een meer vaste vorm te geven. Hij creëerde vanuit het OJCM een werkstichting, Geloven in Samenleven. Een van de weinige rechtspersonen waar moslims en christenen eendrachtig samenwerken. Tot zijn dood was hij secretaris van het bestuur. Het OJCM en Geloven in Samenleven willen het werk van Jan Post Hospers in zijn geest voortzetten. Het gaat om ontmoeten en samenwerken, om het goede bij elkaar en in de samenleving te versterken.

David Renkema