literatuur inleiding, geschiedenis en mystiek Islam

literatuur jongeren en vrouwen

literatuur islam nederland 100

literatuur islam geschiedenis 100

literatuur islam christen 100

literatuur brochures en tijdschriften

Andrews begint zijn boek -de eerste twee hoofdstukken- met een beknopt overzicht over de geschiedenis van geweld dat voortgekomen is uit zowel 'het christendom' als uit 'de Islam'. Zijn motief daarvoor is lofwaardig: eerst de balk uit je eigen ogen weghalen voordat je de splinter weghaalt uit het oog van een ander.

andrews heilig verweerMaar een constatering van deze feiten van geweld is wat anders dan ‘het weghalen van balk en splinter’. Hij zou wat meer in kunnen gaan op het feit dat dit geweld voortkomt uit een misbruik van godsdienst; ja, uit het feit dat godsdienst een hele makkelijke dekmantel is voor 'menselijke aangelegenheden' als macht. In het volgende benadert hij dit wel als hij spreekt over een gesloten geloofssysteem. Zowel de islam als het christendom zijn gesloten geloofssystemen geworden, waarmee hij wil zeggen dat datgene waar het om gaat -namelijk een relatie met God- vervangen is door een harteloos systeem (pag.77), wat hij benoemt als een gesloten geloofssysteem. Daarmee is immers 'de ware betekenis' van het moslim-zijn of het christen zijn verdwenen, namelijk een geloven met het hart.
Zo is zowel de islam als het christendom -misschien onbewust- verwrongen.

Daarom moeten we naar een 'open geloofssysteem'. Dat bestaat wel uit een 'harde kern van opvattingen, maar die kern is vrij toegankelijk' (pag. 83). Zo kun je 'je meer openstellen voor God en anderen die dat ook willen ondersteunen'.
Volgens hem gaat het Jezus niet om het geloof dat iemand aanhangt, maar om de mens (pag. 84) en om de joods bijbelse gedachte(de joodse 'geloofsbelijdenis') : 'De Here uw God is één'. Die éénheid wil niet zozeer zeggen dat er maar één God is -een islamitische of christelijke- maar 'de Ene tot wie wij behoren en die aan ons allen behoort of we nu moslim, christen of jood zijn' (pag. 97).
Dus wanneer de Koran bijna elke soera laat beginnen met de woorden: 'in naam van Allah, de meest Barmhartige, de Genadevolle' (het Bismillah) wijst dat naar 'die Ene'.
'Allah is' -schrijft hij op pag. 97- 'niet de islamitische naam van God en al helemaal niet de naam van een islamitische god, maar de Arabische naam voor de Ene, Ware God'. Ook Jezus leeft uit die geloofsbelijdenis.
Hij citeert met instemming woorden van Christian Troll: 'De fundamentele en universele Islam verwijst naar een houding van overgave aan de absolute in gemeenschappelijke broederschap. Dat vindt men terug bij allerlei overtuigingen, geloofsstromingen, religies en ideologieën uit het verleden en in het heden'. (pag. 102)
Jezus wordt in de Koran wel messias genoemd, maar ontkend wordt dat Jezus 'zoon van God ' is.
Hij staat wel in dienst van Allah. Allah heeft hem 'zijn tekenen gegeven' (bv. Soera 2:253).
Jezus 'strijdt voor barmhartigheid'. Die strijd noemt Andrews 'de djihad van Jezus ' (Deel 2 van zijn boek). 'De Jihad van Jezus is het streven naar het Koninkrijk van de hemel op aarde' (pag.169). Maar dat is wel een geweldloze strijd.

Om iets van die hemel op aarde te kunnen belichamen, hoe fragmentarisch en tijdelijk ook, kunnen we proberen te leven volgens de aanwijzingen die Jezus in de Zaligsprekingen gaf (pag. 169) Zo is hij voorbeeld van barmhartigheid. Dienaar van de Barmhartige. Als voorbeeld voor inspiratie zet Andrews nog naast elkaar: Fransciscus van Assisi, de moslim Khan Abdul Ghaffar Khan, Leymah Gbowee en Mohammed Asafa. Navolgers van Jezus en Allah.
De Messias -of de Masih- is volgens hem voor zowel de christenen als voor de islam een geweldige inspirator voor vrede (pag. 191).
Andrews spits zijn verhaal verder toe op 'geweldloos verzet'. Of een geweldloze strijd voor barmhartigheid en gerechtigheid. Soms gaat hij wat slordig om met teksten,waardoor de lezer wel moet gaan zoeken.
Zoals wanneer hij Soera 23:87 noemt, maar waarschijnlijk 2:53 bedoelt (op pag. 115- en Soera 2:87 noemt om een mij onduidelijke reden en op pag. 133 Marcus 5:47, dat ik niet kan vinden. Maar dat zijn mijns inziens niet zulke belangrijke details.
Zijn betoog geeft wel aanknopingspunten voor een gesprek tussen moslims en christenen. En een goede aanzet tot bezinning over de betekenis van hun ‘godsdienst’.

J.van Breevoort

Mensaboeken, 2016,
ISBN 9789082350326

Deel artikel via

Een aantal keren per jaar versturen wij een nieuwsbrief, met ons laatste nieuws. Heeft u hiervoor belangstelling, meld u dan hieronder aan.
captcha